‘Doei, mam. Tot vanmiddag!’ Met een coole glimlach zwaait hij naar me en sluit de voordeur.

Zijn schoenen stralen weer, inclusief zijn veters! De avond ervoor poetste hij z’n schoenen. De witte stukken moesten weer wit. Eenmaal klaar keek hij enigszins teleurgesteld naar de kekke schoenen aan zijn voeten. ‘Ik krijg die veters niet schoon.’

‘Als je die eruit haalt probeer ik even wat voor je’, glimlach ik. ‘Daar heb ik wel een trucje voor.’

Tijdens zijn slaap gooi ik de veters in een emmertje, een schepje poeder erbij. En dan met plastic handschoenen aan een beetje wringen en wrijven, spoelen en uitdrukken. De föhn pak ik om ervoor te zorgen dat ze de volgende dag droog zijn. Twee veters in een droogmachine leek een beetje overdreven.  Als ik de veters met alle geduld van de wereld in de schoenen rijg, vang ik een glimp op van mezelf in de spiegel in de badkamer. Het is alsof ik hartjes zie, hartjes van liefde. Overal om mij heen.

Hoe je zoiets kleins kunt doen met zo’n enorme bak met liefde. Dat is toch grandioos. En hoe je kind er helemaal niets voor hoeft te doen. En jij zelf ook niet trouwens. Die bak staat gewoon elke dag klaar. Gratis en voor niets! Kost alleen een beetje tijd in de avonduren. Wat een geschenk. De coole glimlach was trouwens wel een fijne beloning. Kost ook niks.

‘Een fijne dag, schat!’ zeg ik tevreden vlak voordat de voordeur dichtvalt. Ik voel mijn warme hart.